DE NIEUWE TUIN HET NIEUWE INSTITUUT, ROTTERDAM, 2015 - 2018

 

 


 

 

DE NIEUWE TUIN

 

In het voorjaar van 2015 begint de aanleg van De Nieuwe Tuin op het buitenterrein rond Het Nieuwe Instituut. Kunstenaar/ontwerper Frank Bruggeman en ecologisch hovenier Hans Engelbrecht hebben een plan ontwikkeld waarbij de strook gras langs de Jongkindstraat wordt omgevormd tot een groene ontmoetingsruimte. Tegelijkertijd wordt de waterpartij voor het gebouw met riet en waterzuiverende moerasbeplanting tot leven gewekt. De Nieuwe Tuin zal bovendien een verbinding leggen met de Arcade, de overdekte ruimte langs de Rochussenstraat, zodat ook deze onherbergzame zijde wordt verlevendigd. Met het ontwerp voor De Nieuwe Tuin richt Het Nieuwe Instituut zich naar buiten en nodigt het buren, bewoners en voorbijgangers uit gebruik te maken van deze tijdelijke tuin. De tuin fungeert tevens als route naar het aangrenzende Museumpark en wil een bijdrage leveren aan de discussie over de toekomst van dit even publieke als culturele hart van de stad.

 

Tijdelijk landschap

De tijdelijke tuin van Bruggeman en Engelbrecht speelt in op de groeiende interesse voor stedelijke natuur. Een interesse die zich bijvoorbeeld manifesteert in de huidige aandacht voor stadslandbouw en lokale voedselproductie, maar ook in het pleidooi van klimaatdeskundigen en stedenbouwkundigen voor een vergroening van het stedelijk landschap. Tegelijk dalen de uitgaven voor aanleg en beheer van stedelijk groen, dat daardoor slechts eentoniger dreigt te worden. De Nieuwe Tuin laat zien dat vergroening en vergroting van de plantenrijkdom ook spontaan kan optreden. Op braakliggende terreinen en in bermen die juist geen regulier onderhoud kennen, ontstaat vaak binnen enkele jaren een gevarieerde en ‘ruigere’ begroeiing. Tegelijkertijd kent het ontwerp van Bruggeman en Engelbrecht een zekere mate van regie, omdat het tijdelijke karakter van de tuin daarom vraagt. Met behulp van onder andere stadspuin en rioolbuizen scheppen Bruggeman en Engelbrecht niet alleen het beeld van een verstedelijkt landschap maar ook de voorwaarden voor een dynamische gebiedsontwikkeling. Dat resulteert in een ecologisch waardevol, maar ook wild en voor de stad ongebruikelijk beplantingsbeeld. Voor de beplanting van De Nieuwe Tuin hebben de ontwerpers gekozen voor een mix van inheemse soorten, waaronder wilg, vlier, meidoorn, braam en riet, en stedelijke exoten, zoals reuzenbalsemien, Japanse duizendknoop, zevenblad en hemelboom, die verschillende landschapstypes vertegenwoordigen.

 

Ontwerpers

Hans Engelbrecht gebruikt als vertrekpunt voor zijn werk de al aanwezige vegetatie, bodem en omgevingsfactoren. Frank Bruggeman ontleent zijn inspiratie aan braakliggende terreinen en de wijze waarop de natuur zulke gebieden transformeert. Eigen aan stedelijke natuur is dat het ook sociale en recreatieve doeleinden moet dienen. Vandaar dat Engelbrecht en Bruggeman plaats inruimen voor een groot terras in De Nieuwe Tuin. Het uiteindelijke resultaat is een ode aan de wisselwerking tussen een natuurlijke dynamiek en menselijk ingrijpen. Het project schetst een model voor de toekomstige ontwikkeling van vergelijkbare percelen.

 

Toekomst Museumpark

Voor Het Nieuwe Instituut is de aanleg en openstelling van De Nieuwe Tuin een middel om aandacht te vragen voor het beheer van de openbare ruimte en meer specifiek voor de toekomst van het Museumpark. Het ontwerp geeft een eerste idee van wat er, op veel grotere schaal, mogelijk zou zijn. Tegelijkertijd wordt het de plek waar allerlei activiteiten kunnen ontstaan en contact kan worden gelegd met nieuwe groepen gebruikers.

 

 

Actuele informatie over de nieuwe tuin

 

Interview over de nieuwe tuin met Frank Bruggeman en Hans Engelbrecht

 

 


 

juni 2016

 

fb-dnt-2016-1

 

 


 

juni 2015

 

fb-dnt-2015-2

 


 

april 2015

 

fb-dnt-2015-4