09-05-2025 | ZOOP observaties voor het Nieuwe Instituut door Frank Bruggeman i.s.m. Peter Zwaal
|
LEVEN EN DOOD IN HET BROEDSEIZOEN
De Canadese ganzen die de vijver van het Nieuwe Instituut als broedterritorium hebben uitgekozen zijn ongekend agressief jegens andere watervogels. Vooral het mannetje, dat zo’n 26 dagen een wakend oog houdt op zijn broedende vrouwtje, schrikt in zijn beschermingsdrang niet terug voor moord en doodslag. Het begon drie weken geleden, toen de Nijlganzen die op het dak van het archiefgebouw een nest hadden uitgebroed, hun jongen aanspoorden om van dat dak in de vijver te springen. Zo’n sprong van 20 meter hoogte vergt al de nodige doodsverachting, maar wat de jonge Nijlgansjes niet beseften was dat de dood hen beneden in de vijver opwachtte in de gedaante van een Canadese gans. Eén voor één werden de pullen genadeloos bij de nek gegrepen, onder water geduwd en verdronken. Natuurlijk schoot het Nijlganzenpaar zijn kroost te hulp maar dat mocht niet baten, want ze waren geen partij voor de Canadese gans, die bijna twee keer zo groot en zwaar is. Ik heb deze kindermoord niet zelf gezien maar weet het slechts van horen zeggen. Wat ik ook weet is dat vorig voorjaar in dezelfde vijver een identieke moordpartij plaatsvond die mij destijds door een andere ontzette toeschouwer is beschreven. Niet van horen zeggen maar uit eigen waarneming: de gekeelde en verzopen Nijlgansjes die her en der in de vijver dreven en die ik bij mijn wekelijkse rondgang met schepnet als bijvangst van het zwerfvuil opviste.
Een week nadat ik de ganzenlijkjes uit de vijver had verwijderd was het weer prijs. Ik stond in mijn waadpak met schepnet zwerfvuil te verwijderen toen ik achter me plotseling kabaal hoorde. Dit keer waren het twee méerkoeten die met de Canadese mannetjesgans in gevecht gingen omdat die hun pas uitgebroede kuikens bedreigde. De meerkoeten hadden hun nest in een holle ruimte onder in het vijverbeeld van Auke de Vries gebouwd. Kennelijk waren de eieren uitgekomen en was nu de tijd aangebroken voor de eerste zwemles. In een paar minuten tijd werden voor mijn ogen vier van de vijf meerkoetkuikens door de Canadese gans bij de keel gegrepen en verdronken. Omdat het gebeuren plaats vond in het diepe gedeelte van de vijver kon ik er helaas niet naar toe waden om de moordpartij te stoppen. Mijn wanhopige armgebaren en uitroepen haalden helemaal niets uit. Het meerkoeten ouderpaar zocht uiteindelijk met hun resterende kuiken een goed heenkomen. Infanticide onder watervogels is bepaald niet zeldzaam. Biologen gaan er vanuit dat het verschijnsel te maken heeft met een te hoge populatiedruk en dat broedende watervogels zo meer leefgebied en foerageermogelijkheden voor hun eigen nageslacht willen veilig stellen. Tegelijkertijd is het verschijnsel nooit erg systematisch onderzocht en blijven er tal van raadsels. In de onderzoeksliteratuur wordt onderscheid gemaakt tussen conspecifieke infanticide (het doden van kuikens van eigen soortgenoten) en allospecifieke infanticide (het doden van kuikens van een andere soort). Een Canadese mannetjesgans die het op jonge Nijlgansjes en meerkoetjes heeft voorzien zijn vormen van allospecifieke infanticide. Wat nestgelegenheid betreft zitten de Canadese gans en de Nijlgans elkaar niet in de weg: de eerste broedt ergens op de grond (in dit geval een plastic plantenkuip op het terras van het Nieuwe Instituut) en de tweede zoekt het hoger op (in dit geval het dak van het Nieuwe Instituut). Dus is het verklaarbaar dat het gevecht om leefruimte pas losbarst als de verschillende soorten elkaar daadwerkelijk treffen, oftewel nadat de Nijlgansjes uit het ei zijn gekropen en vanaf veilige hoogte in de onveilige vijver zijn gesprongen. Minder goed te begrijpen is waarom de Canadese mannetjesgans eerst drie weken lang een meerkoetnest in zijn directe omgeving tolereert en pas besluit in actie te komen als de kuikens zijn uitgekomen. Zegt het ganzenbrein dan pas dat er een acuut leefgebiedprobleem is? Enfin, laat ik het hier maar bij observaties houden. Weer een week later blijken ook de Canadese ganzen uitgebroed. In de vijver zwemt het ouderpaar rond met drie jongen. In het verlaten nest liggen nog twee eieren: een onbevrucht ei, dat erg stinkt als ik de schaal breek, en een ei dat een ‘voldragen’ ganzenkuiken bevat met dooierzak. Zou moeder de gans nog een dag langer op dit ei hebben gezeten, dan zou het ook zijn uitgekomen. De drie hongerige, reeds uit het ei gekropen gansjes kregen echter voorrang. Net toen ik dacht wel weer genoeg dood en verderf te hebben gezien voor één broedseizoen kreeg dit verhaal nog een staartje. Iemand van het Nieuwe Instituut belde me op met het verhaal dat pal voor de achteringang aan de Rochussenstraat een dode gans lag. Of ik het lijk zo snel mogelijk daar weg wilde halen. Het bleek om een volwassen Nijlgans te gaan en uiterlijk vertoonde de vogel geen wonden of kwetsuren. Mijn vermoeden was dan ook dat de Nijlgans zich tegen de glazen gevelpartij van de achteringang te pletter is gevlogen. En misschien ben ik een beetje paranoïde geraakt maar ik had onmiddellijk nog een tweede vermoeden, namelijk dat de Canadese mannetjesgans schuldig was aan dit fatale ongeluk. Want Nijlganzen hebben namelijk helemaal niets te zoeken rond de achteringang van het Nieuwe Instituut. Ook andere vogels mijden deze ingebouwde plek zonder veel uitwijkmogelijkheden. De Nijlgans moet dus waarschijnlijk zijn opgejaagd en in het nauw gebracht door een ander dier. Dus dit is wat mijn mensenbrein er van maakt: een gevalletje van allospecifieke dood-door-schuld.
|
LIVE AND DEAD IN THE BREEDING SEASON
The Canada geese that have chosen the pond of the Nieuwe Instituut as their breeding territory are terribly aggressive towards other waterfowl. The male in particular, who keeps a watchful eye on his breeding female for about 26 days, does not shy away from murder and manslaughter in his protective instinct. It started three weeks ago, when the Egyptian geese that had hatched a nest on the roof of the archive building, encouraged their young to jump from that roof into the pond below. Such a jump from a height of 20 meters already requires a certain contempt for death. But what the Egyptian goslings did not realize was that death was waiting for them below in the form of a male Canada goose. One by one, the goslings were mercilessly grabbed by the neck, pushed under water and drowned. Of course, the Egyptian goose pair came to the aid of its offspring, but to no avail. They were no match for the Canada goose, which is almost twice as big and heavy. I have not witnessed this case of aviary infanticide myself, but know it only from hearsay. What I also know is that last spring in the same pond an identical massacre took place, which was described to me at the time by another appalled spectator. Not from hearsay, but something I saw with my own eyes: the murdered Egyptian goslings floating around in the pond and that were a bycatch when I was fishing for litter during my weekly round with a scoop net. A week after removing the dead goslings from the pond, it happened again. I was standing in the pond in my waders with a scoop net fishing for litter when I suddenly heard a noise behind me. This time it was two coots fighting the male Canada goose because it was threatening their chicks. The coots had built their nest in a hollow space at the bottom of the pond sculpture by Auke de Vries. Apparently the eggs had hatched and now it was time for the first swimming lesson. Within a few minutes, four of the five coot chicks were grabbed by the throat by the Canada goose and drowned before my eyes. Because the incident took place in the deep part of the pond, I could not wade over to stop the massacre. My desperate arm gestures and cries were of no avail. The coot parent pair eventually sought refuge with their remaining chick. Infanticide among waterfowl is not uncommon. Biologists assume that the phenomenon is related to excessive population pressure. By infanticide waterfowl want to secure more habitat and foraging opportunities for their own offspring. At the same time, the phenomenon has never been studied very systematically and many mysteries remain. In the research literature, a distinction is made between conspecific aviary infanticide (the killing of chicks of one’s own species) and allospecific aviary infanticide (the killing of chicks of another species). Therefore a Canada goose that targets Egyptian goslings and coot chicks classify as forms of allospecific infanticide. As far as nesting opportunities are concerned, the Canada goose and the Egyptian goose do not get in each other’s way: the former breeds somewhere on the ground (in this case a plastic planter on the terrace of the Nieuwe Instituut) and the latter seeks higher ground (in this case the roof of the Nieuwe Instituut). So it is understandable that the battle for living space only breaks out when the different species actually meet, that is, after the Egyptian goslings have jumped from their safe nest on the rooftop into the unsafe pond. It is less easy to understand why a male Canada goose tolerates a coot nest in his immediate vicinity for three weeks and only decides to take action when the chicks have hatched. Does the goose brain only then registers an acute habitat problem?
Anyway, it’s better to restrict myself to observations. Another week later, the Canada geese have also hatched. The parent couple is swimming around in the pond with three young. Remaining in the now abandoned nest are two eggs: an unfertilized one, which stinks a lot when I break the shell, and one containing a perfect gosling with a yolk sac. I guess that if the mother goose had sat on this egg for another day, it would have hatched too. However, the three hungry goslings that had already hatched were given priority. Just when I thought I had seen enough death and destruction for this breeding season, the story got a little sequel. Someone from the Nieuwe Instituut gave me a phone call, telling me that a dead goose was lying right in front of the back entrance on Rochussenstraat. Would I be so kind and brave to remove the body as soon as possible. On inspection the body was that of an adult Egyptian goose, showing no outward wounds or injuries. My suspicion was that this goose had flown to its death against the glass facade of the back entrance. And being a bit paranoid perhaps, I had a second suspicion as well: that the male Canada goose was to blame for this fatal accident. Egyptian geese have no business being around the rear entrance of the New Institute. Other birds also avoid this rather built-in part of the building with little or no escape options. The Egyptian goose must therefore probably have been chased and cornered by another animal. So this is what my human brain makes of it: a case of aviary allospecific negligent homicide.
|


